Pinnen met telefoon, liever niet

Na een vertraging van twee jaar kunnen we nu ook in Nederland pinnen met de mobiele telefoon. Vooralsnog alleen bij een beperkt aantal winkels; grote ketens. Voor sommige kleine zelfstandigen is het een stap te ver. Die hebben nog de grootste moeite met pinnen met een pasje.

Lang niet iedereen met een smartphone kan nu gaan betalen door de telefoon langs een sensor te halen. Het toestel moet beschikken over zogenoemde Near Field Communication. Een soort Bluetooth met een bereik van maximaal 20 centimeter. Daarvoor heb je wel een NFC-chip nodig, een speciale app en de provider en bank of creditcardmaatschappij moeten mee doen. Zo’n chip bestaat trouwens ook als sticker die je op je toestel kan plakken. Het betalen lijkt op dat van de vroeger chipknip. Kleine bedragen kunnen worden afgerekend zonder pincode in te voeren.

De winkelier moet wel beschikken over een voor NFC geschikt betaalsysteem. De huidige pinkastjes kunnen worden omgebouwd, maar dat kost geld. Daar gaat het mis. Veel kleine zelfstandigen voelen niets voor weer een investering, terwijl ze al op centenniveau zitten te boekhouden.

Dat merkte ik afgelopen zaterdag bij de groenteboer op een winkelcentrum in Stadspolders. Bij het afrekenen let ik al goed op het bedrag, sinds ik vorig jaar ontdekte dat daar ook pinbetalingen worden afgerond op vijf centen. Iets dat alleen de bedoeling is bij contant afrekenen, maar het meisje achter de kassa speelde de vermoorde onschuld. Afgelopen zaterdag wilde ik iets afrekenen met een pinpasje. “Dan moet ik u wel tien cent extra in rekening brengen“, zei het meisje. Dat begreep ik niet. In de westerse wereld kunnen we al jarenlang pinnen en speciaal voor de oerconservatieven is er de campagne Pinnen, ja graag om ons juist te bewegen zoveel mogelijk met een pasje te betalen. “Dat begrijp ik niet“, zei ik tegen het meisje, “Waarom moet ik meer betalen? Mag dat zomaar?” Het bleek beslist te zijn door de baas. Zij was ook aanwezig, dus ik keek haar richting uit en herhaalde mijn vraag. Dat was even schrikken; een kritische consument. Ik zag de schrik in haar ogen. Het kan verbeelding zijn, maar volgens mij flikkerde de verlichting zelfs even. De baas durfde mij desondanks toch bij te praten. Als winkelier blijk je voor iedere pintransactie vijf cent te moeten betalen. Bij hele kleine bedragen staan die kosten niet in verhouding tot de opbrengst. Bovendien verbruikt het pinkastje stroom en moet er een papierrol in voor het bonnetje. De tien cent extra was bedoeld om die kosten te dekken en tegelijkertijd het pinnen van kleine bedragen te ontmoedigen. Volgens haar konden supermarkten het zich wel veroorloven, omdat die gemiddeld genomen voldoende marge pakken en korting krijgen op transactiekosten.

Ik wil zo min mogelijk cash in mijn portemonnee hebben -voordat ik het weet is het op- en betaal vrijwel alles met een pasje, maar nu zou ik 200 meter verderop eerst met mijn pasje geld uit de muur moeten pinnen om vervolgens in de winkel met muntjes mijn spruiten te kunnen betalen. Alsof je vijftien jaar terug gaat in de tijd.

Het is duidelijk; betalen met je smartphone is voor sommige kleine middenstanders nog lichtjaren ver weg.